Spot en de Verdwenen Klok.

Attractie: Heusden Vestingstad
Locatie(s):

Spot  zijn witte vacht glansde in de zon en zijn snorharen trilden van nieuwsgierigheid. Hij had gehoord dat er iets vreemds aan de hand was bij het Toeristisch Informatiepunt, en zoals altijd was hij klaar om te helpen.

Het stadje Heusden lag er prachtig bij. De oude vestingmuren, de molens en de gezellige straatjes leken zo uit een sprookjesboek te komen. Maar Spot had geen tijd om te genieten van het uitzicht. Hij rende meteen naar het informatiepunt, waar Els hem al stond op te wachten.

“Spot, gelukkig ben je er!” riep ze. “De grote klok op het plein is verdwenen. Niemand weet waar hij is, en zonder die klok raken de toeristen in de war. Ze missen het mooie geluid dat elke dag om twaalf uur door de stad galmt.”

Spot spitste zijn oren. “Een verdwenen klok? Dat klinkt als een mysterie. Ik ga op onderzoek uit.”

Els gaf hem een folder met informatie over Heusden. Spot las over de molens, de haven, de galerieën en zelfs over een geheim gangenstelsel onder de stad. Hij besloot te beginnen bij de molens.

Daar ontmoette hij Udo, een oude uil die in de wieken woonde. Udo knipperde met zijn ogen en zei: “Spot, vannacht zag ik iets geks. Een groep kraaien vloog richting de haven met iets groots tussen hun poten. Het leek wel een klok.”

Spot bedankte Udo en rende naar de haven. Daar trof hij een groep eenden die druk aan het kwaken waren.

“De kraaien hebben iets in het oude pakhuis verstopt!” kwaakte een eend met een scheve snavel.

Spot sloop naar het pakhuis en duwde voorzichtig de deur open. Binnen was het donker en stoffig. Hij zag een grote houten kist in de hoek staan. Met een flinke duw ging de deksel open. En daar lag hij: de klok!

Maar net toen Spot de klok wilde pakken, kwamen de kraaien terug. Ze krasten boos en fladderden om hem heen.

“Dat is van ons!” riep de leider, een kraai met een gouden veer op zijn kop.

Spot bleef rustig. “Waarom hebben jullie de klok meegenomen?”

De kraai keek hem aan en zei: “Iedereen kijkt altijd naar de mensen en hun gebouwen. Wij wilden dat ze eens naar ons keken. We wilden ook een beetje aandacht.”

Spot dacht even na. “Wat als jullie elke dag om twaalf uur boven de klok vliegen en een dans doen in de lucht? Dan kijken de mensen én naar de klok én naar jullie.”

De kraaien vonden dat een geweldig idee. Samen met Spot brachten ze de klok terug naar het plein. Els was dolblij en gaf Spot een dikke knuffel.

Vanaf die dag luidde de klok weer elke middag om twaalf uur. En precies op dat moment vlogen de kraaien in een prachtige formatie boven het plein. Toeristen klapten, kinderen lachten, en zelfs de eenden kwaakten van plezier.

De burgemeester van Heusden kwam persoonlijk naar Spot toe. “Je hebt onze stad gered,” zei hij. “En je hebt de kraaien een plek gegeven in onze traditie. Dat verdient een medaille.”

Spot kreeg een klein gouden klokje aan een lint. Hij keek er even naar, miauwde tevreden, en stopte het in zijn rugzak.

De volgende ochtend stond Spot alweer klaar bij de haven. Een boot lag te wachten, klaar om hem naar een nieuw avontuur te brengen. Hij keek nog één keer om naar het plein, waar de klok luidde en de kraaien dansten in de lucht.

“Op naar de volgende plek,” miauwde hij. “Er zijn nog zoveel mensen en dieren die hulp kunnen gebruiken.”

En zo vertrok Spot weer, de witte kat die overal kwam, overal hielp, en overal vrienden maakte.

Personage: Spot