Spot had gehoord dat dit een bijzondere plek was. Een oud boerderijtje met uitzicht op de rivier, waar mensen kwamen om te eten, te lachen en te genieten van de natuur. Spot was nieuwsgierig. Hij hield van plekken waar kinderen konden spelen en waar hij misschien weer iemand kon helpen.
Toen hij aankwam bij Het Veerhuis, zag hij meteen het grote terras. Er zaten mensen te kletsen en te smullen van appeltaart. Spot sloop voorzichtig tussen de tafels door, op zoek naar iets om te doen. Hij hoorde een meisje roepen: “Mama, mijn bal is in het water gevallen!” Spot spitste zijn oren. Een bal in het water? Dat klonk als een klus voor hem.
Hij rende naar de aanlegsteiger en zag de bal dobberen vlakbij. Spot sprong behendig op een houten plank, tikte met zijn poot tegen een lange stok die daar lag, en duwde de bal langzaam terug naar de kant. Het meisje juichte. “Dank je, Spot!” riep ze. Spot miauwde tevreden en kreeg een stukje kaas als beloning.
Na de reddingsactie ging Spot op verkenning. Hij zag dat er een wandelpad langs de Maas liep, en dat kinderen daar met hun ouders aan het fietsen waren. Spot besloot een stukje mee te lopen. Onderweg kwam hij een jongen tegen die verdrietig op een bankje zat. “Wat is er?” vroeg Spot, terwijl hij zijn kopje tegen de jongen duwde.
“Mijn fiets is kapot,” zei de jongen. Spot bekeek het wiel en zag dat de ketting los was. Gelukkig had Spot al vaker fietsen gezien. Hij gebruikte zijn poot om de ketting weer op zijn plek te duwen. Het kostte wat moeite, maar uiteindelijk zat alles weer goed. De jongen sprong op en riep: “Je bent echt de beste kat van Nederland!” Spot bloosde een beetje, al kon je dat niet zien door zijn witte vacht.
Terug bij Het Veerhuis zag Spot dat er een groep kinderen een speurtocht deed. Ze hadden een kaart en zochten naar een oude boom waar een schat verstopt zou zijn. Spot besloot mee te doen. Hij rook iets vreemds bij een grote eik en begon te graven. Na een paar minuten stootte hij op een klein houten kistje. De kinderen kwamen aanrennen. “We hebben de schat gevonden!” riep er eentje. In het kistje zat een stapel chocolademunten en een briefje waarop stond: “Voor de beste speurneuzen van Bokhoven.”
Spot kreeg een chocolademunt in zijn mandje (hij at hem natuurlijk niet op, want katten eten geen chocola) en werd uitgeroepen tot ere-speurneus. De kinderen maakten een krans van madeliefjes en zetten die op zijn kop. Spot keek trots rond. Hij had weer geholpen, gespeeld en plezier gemaakt.
Toen de zon langzaam onderging boven de Maas, ging Spot liggen op het gras naast het terras. Hij keek naar de kinderen die nog steeds lachten en renden. Het Veerhuis Bokhoven was echt een bijzondere plek. Niet alleen voor mensen, maar ook voor een witte kat met een groot hart.
En morgen? Morgen zou Spot weer verder lopen. Want ergens in Nederland was er vast weer iemand die zijn hulp kon gebruiken.