Poerlepotje en de wiebelende wieken.

Meester John glimlachte geheimzinnig terwijl hij de klas een verhaal begon te vertellen. “Ergens in Nieuwkuijk staat een trotse molen, de Emmamolen. Daar kan je niet alleen eten, maar ook echt naar binnen. En daar is laatst iets vreemds gebeurd…”

Poerlepotje had zich stiekem tussen de meelzakken in de molen verstopt. Terwijl beneden brood werd gebakken in Bakhuys Emma, hoorde Poerlepotje boven een vreemd gekraak. De wieken wiebelden alsof ze elk moment los konden schieten. Nieuwsgierig klauterde Poerlepotje de trap op.

Boven in de molenkap ontdekte Poerlepotje een stel kraaien die er een wedstrijdje hielden wie het hardst tegen de wieken kon tikken. “O, o,” gniffelde Poerlepotje, “jullie maken er een rommeltje van.” Slim bedacht het een plan: een stuk knapperig brood van beneden als lokmiddel. Poerlepotje zwaaide ermee door het luik en riep: “Wie durft dit brood te pakken?”

De kraaien schoten naar voren, maar net te gretig. Het brood viel omlaag en belandde voor de bakkerijdeur. Razendsnel vlogen ze erachteraan en verdwenen uit de molen. Maar toen Poerlepotje opgelucht ademhaalde, sloeg een harde windvlaag de deur naar het rad dicht. Vast! De wieken klemden en de molen stond stil. Even leek het alsof alles misging.

Gelukkig had Poerlepotje een laatste truc. Met een flinke sprong trok het aan het touw dat de molenaar normaal gebruikt. Krakend maar vrolijk kwam het mechanisme weer los. De wieken draaiden opnieuw, statig en rustig. Poerlepotje grijnsde breed: “Zo hoort een molen te draaien!”

Beneden hoorde niemand wat er boven gebeurd was. Alleen de kinderen in de klas, die meester Johns verhaal ademloos volgden, wisten het geheim: dat je in de Emmamolen zomaar een piepklein, roodharig wezentje kan tegenkomen dat de boel redt.

Wil je zelf zien hoe de wieken draaien en de geur van vers brood ruiken? Ga dan zeker eens naar de Emmamolen in Nieuwkuijk!

Personage: Poerlepotje