Flap en de verdwenen veldwachter.

Flap, de vampier met een voorliefde voor enge verhalen, had weer iets bijzonders ontdekt. Hij zat op een oude houten stoel in zijn kasteel, zijn lange zwarte cape om zich heen geslagen, terwijl hij door een stapel vergeelde kaarten bladerde. Plotseling viel zijn oog op een klein dorpje in Noord-Brabant: Onsenoort. “Hmm,” mompelde hij, “een heemkundekring met een geheimzinnig verleden? Dat klinkt als een plek waar iets héél vreemds is gebeurd…”

Diezelfde nacht vloog Flap in vleermuisvorm naar het dorp. Hij landde zachtjes op het dak van het gebouw van Heemkundekring Onsenoort. Het was een oud pand, met dikke muren en een houten deur die kraakte als je hem opende. Binnen was het donker, maar Flap zag alles. Zijn ogen glommen van plezier toen hij de vitrines vol oude spullen zag: een eeuwenoud zwaard, een leren boek met krabbels die niemand meer kon lezen, en een foto van een man die volgens Flap verdacht veel op een vampier leek. “Aha,” fluisterde hij, “dit wordt een goed verhaal.”

De volgende dag nodigde Flap een groep kinderen uit. Ze waren allemaal rond de tien jaar en dol op griezelverhalen. “Welkom in Onsenoort,” zei Flap met een brede grijns. “Vandaag gaan we op zoek naar het geheim van de verdwenen veldwachter.”

De kinderen keken elkaar aan. Verdwenen veldwachter? Dat klonk spannend.

Flap begon te vertellen. “Lang geleden, toen dit dorp nog vol modderige paden en paardenkarren zat, was er een veldwachter die ’s nachts patrouilleerde. Hij heette Hendrik en hij had een grote snor en een nog grotere zaklamp. Op een stormachtige avond ging hij op onderzoek uit, omdat er vreemde geluiden kwamen uit het bos achter het kasteel. Hij kwam nooit meer terug.”

“Werd hij opgegeten?” vroeg een jongen met grote ogen.

“Misschien,” zei Flap geheimzinnig. “Of misschien vond hij een geheime gang onder het kasteel en leeft hij daar nog steeds, samen met een groep pratende ratten.”

De kinderen giechelden. Flap nam ze mee door het gebouw. Ze mochten oude spullen vasthouden, zoals een ridderhelm en een houten lepel die volgens Flap ooit gebruikt was door een heks. Hij had een speurtocht uitgezet: overal lagen aanwijzingen over Hendrik. Een oude sleutel, een stukje stof, een kaart met een X erop. De kinderen renden door de gangen, lazen oude teksten en losten raadsels op.

Op een gegeven moment kwamen ze bij een houten luik in de vloer. “Durven jullie het open te maken?” vroeg Flap.

Een meisje knikte dapper en trok het luik open. Er was niets te zien, alleen stof en spinnenwebben. Maar Flap sprong naar voren en riep: “Pas op! Daar komt Hendrik!”

De kinderen gilden en lachten tegelijk. Flap grijnsde. “Grapje. Hendrik is waarschijnlijk gewoon met pensioen in Spanje.”

Na het avontuur kregen de kinderen limonade en mochten ze hun eigen vampiermasker knutselen. Flap hielp mee en vertelde nog een paar korte griezelverhalen over pratende schilderijen en een klok die alleen om middernacht tikt.

Toen het tijd was om naar huis te gaan, zwaaide Flap ze uit. “Vergeet niet,” zei hij, “niet alles wat ik vertel is waar. Maar het zou waar kunnen zijn…”

De kinderen liepen giechelend weg, met hun vampiermaskers op en hun hoofd vol spannende gedachten. Flap keek ze na en fluisterde: “Tot het volgende verhaal.”

Personage: Flap