Flap en de Spookeend van het Kooibosch.

Attractie: Eendenkooi
Locatie(s): , ,

Het was een mistige ochtend toen Flap, de vampier met een neus voor spannende plekken, zijn zwarte cape omdeed en zijn vleermuis Boris wakker maakte. “Vandaag gaan we naar Eendenkooi Pax,” fluisterde hij geheimzinnig. “Daar ligt een oude eendenkooi, verstopt in het Kooibosch. En ik heb gehoord dat daar iets… vreemds gebeurt.”

Boris geeuwde en sloeg zijn vleugels uit. “Vreemd als in ‘spannend voor kinderen’ of vreemd als in ‘Flap-gaat-weer-te-ver’?,” bromde hij.

Flap grijnsde. “Beide.”

Ze vlogen richting Brabant. Flap landde bij het begin van de Kooiboschwandeling en keek om zich heen. Alles was stil. Te stil.

“Volgens de verhalen is deze eendenkooi eeuwenoud,” mompelde Flap. “Vroeger werden hier eenden gevangen met slimme trucjes. Maar sommige mensen zeggen dat er nog steeds iets gevangen zit… iets dat niet helemaal een eend is.”

Boris rolde met zijn ogen. “Laat me raden. Een spookeend?”

Flap knikte serieus. “Precies. De Spookeend van Kooibosch. Ze verschijnt alleen als kinderen haar naam drie keer fluisteren bij de oude vangpijp.”

Net op dat moment kwamen er drie kinderen aanlopen. Ze waren ongeveer tien jaar oud, droegen rugzakken en keken nieuwsgierig om zich heen.

“Welkom, dappere wandelaars,” zei Flap terwijl hij uit de struiken sprong. De kinderen gilden even, maar lachten daarna. Ze kenden Flap van zijn verhalen en wisten dat hij spannend was, maar nooit écht eng.

“Willen jullie het mysterie van de Spookeend oplossen?” vroeg Flap. De kinderen knikten enthousiast.

Samen liepen ze het pad op, langs oude bomen en stille sloten. Flap vertelde over hoe de eendenkooi werkte: hoe kooikers met tamme eenden en bochtige vangpijpen wilde eenden lokten. De kinderen vonden het fascinerend. “Dus het was eigenlijk een soort eendenval?” vroeg een meisje.

“Precies,” zei Flap. “Maar sommige kooien vingen meer dan eenden…”

Bij de oude vangpijp stopten ze. Flap wees naar een houten buis die half in het water lag. “Hier moet het gebeuren,” fluisterde hij. “Zeg haar naam drie keer.”

De kinderen fluisterden: “Spookeend… Spookeend… Spookeend…”

Er gebeurde niets.

Tot er ineens een luid gespetter klonk. Uit het water sprong een witte eend met rode ogen. De kinderen gilden, Flap sprong achteruit, en Boris viel bijna uit de lucht van het lachen.

Maar toen bleek het gewoon een gewone eend te zijn… met modder op haar kop en een rare blik in haar ogen.

“Dat was haar!” riep Flap dramatisch. “De Spookeend! Ze is terug!”

De kinderen lachten. “Dat was gewoon een eend, Flap!”

Flap knikte. “Misschien wel. Maar misschien ook niet. In Het Groene Woud weet je het nooit zeker.”

Na de wandeling kregen de kinderen een speurtocht van Flap: ze moesten sporen zoeken van de Spookeend, rare veren verzamelen en een geheim teken vinden dat Flap ergens had verstopt. Ze renden door het bos, klommen over boomstronken en vonden uiteindelijk een veer met een rode streep. “Bewijs!” riepen ze.

Toen het tijd was om te gaan, gaf Flap ze allemaal een vampiermedaille. “Voor moed, nieuwsgierigheid en het overleven van de Spookeend.”

De kinderen zwaaiden en liepen terug naar hun ouders, vol verhalen en modder. Flap keek hen na en fluisterde tegen Boris: “Missie geslaagd. Weer drie kinderen die nooit meer gewoon naar een eend zullen kijken.”

Boris grijnsde. “En jij? Ga je nu rusten?”

Flap schudde zijn hoofd. “Nee. Morgen is er weer een plek. En wie weet… misschien is daar wel een spookkonijn.”

En met een fladder van zijn cape verdween Flap in de mist, op zoek naar het volgende avontuur.

Personage: Flap