Flap en de Speurtocht van de Wachtende Witte.

Het was een mistige ochtend toen Flap, de beroemde vampier met een neus voor spannende plekken, zijn vleermuisrugzak pakte en richting Brabant vloog. Hij had gehoord van een mysterieuze plek: Kasteel Doultremont. Volgens een fluisterende stem in zijn favoriete spookradio was daar iets vreemds aan de hand. Kinderen die er kwamen, gingen giechelend naar binnen… maar kwamen stuiterend van spanning weer naar buiten. Dat klonk als een plek die Flap móést onderzoeken.

Toen hij landde op het kasteelterrein, zag hij meteen dat dit geen gewoon kasteel was. Het lag verscholen tussen de bomen, met een lange oprijlaan en een poort die kraakte als je hem openduwde. Flap grijnsde. “Perfect,” mompelde hij. “Krakende poorten zijn altijd een goed teken.”

Binnen was het verrassend gezellig. Geen spinnenwebben of spoken, maar wel een grote tuin met geheime hoekjes, een vijver waar je rare geluiden uit hoorde komen, en een oude toren die volgens de folder “niet toegankelijk voor bezoekers” was. Flap wist wat dat betekende: daar moest hij juist heen.

Maar eerst keek hij rond. Er waren kinderen van ongeveer tien jaar oud die een speurtocht deden. Ze hadden een kaart met aanwijzingen en moesten op zoek naar de verdwenen sleutel van de kasteelpoort. Flap volgde ze stiekem, zwevend boven de grond. Hij hoorde ze lachen, roepen en soms fluisteren: “Wat als er écht een vampier in het kasteel woont?” Flap moest zijn best doen om niet hardop te lachen.

Hij besloot zich te mengen in het spel. Zonder dat de kinderen het merkten, verstopte hij een extra aanwijzing onder een oude boomstronk. Op het briefje stond: “Pas op voor de toren, daar woont de Wachtende Witte.” De kinderen vonden het en begonnen te gillen van plezier. “Wie is de Wachtende Witte?” riep een meisje. “Misschien een geest!” riep een jongen. Flap knikte tevreden. Zijn werk was begonnen.

Later die middag sloop Flap naar de verboden toren. Hij vond een smalle trap die omhoog kronkelde. Bovenin was een kleine kamer met een raam dat uitkeek over het hele terrein. In de hoek stond een kist. Flap opende hem langzaam… en vond een stapel oude brieven. Ze waren geschreven door een zekere Graaf Doultremont, die ooit in het kasteel woonde. In de brieven stond dat hij een geheim doorgang had gebouwd onder de vijver, zodat hij ’s nachts kon ontsnappen zonder dat iemand het merkte.

Flap wist wat hij moest doen. Hij schreef een nieuwe speurtocht, speciaal voor de kinderen die durfden terug te komen. In deze versie moesten ze het geheim van de Graaf ontdekken, de ondergrondse gang vinden en de Wachtende Witte ontmoeten (die eigenlijk gewoon een wit laken was dat Flap op een bezemsteel had gespannen).

De volgende dag kwamen de kinderen terug. Ze waren nog enthousiaster dan de dag ervoor. Ze vonden de nieuwe aanwijzingen, lachten om de Wachtende Witte en riepen: “Dit is het leukste kasteel ooit!”

Flap zat bovenin de toren en keek tevreden toe. Hij had weer een plek gevonden waar fantasie en spanning samenkwamen. Kasteel Doultremont was niet alleen mooi en mysterieus, maar ook perfect voor kinderen die van avontuur hielden. En Flap? Die vloog die avond weg met een glimlach. Zijn volgende verhaal zou nog spannender worden. Maar dit kasteel… dat bleef een van zijn favorieten.

Personage: Flap