flap en de geheimzinnige speelgoedwinkel.

Het was een mistige ochtend toen Flap, de vampier met een voorliefde voor spannende verhalen, zijn zwarte cape omdeed en zijn vleermuis Boris wakker maakte. “Vandaag gaan we naar Heusden,” fluisterde hij geheimzinnig. “Daar schijnt een speelgoedwinkel te zijn waar iets… vreemds gebeurt.”

Boris geeuwde. “Speelgoed? Dat klinkt niet eng.”

Flap grijnsde. “Dat denk jij. Maar Berg & Braam is niet zomaar een winkel. Er gaan geruchten dat sommige knuffels daar ’s nachts bewegen. En dat er puzzels zijn die zichzelf oplossen. Tijd om dat uit te zoeken.”

Een uur later landde Flap op de vestingmuur van Heusden. De stad was oud, met stenen straatjes en torentjes die kraakten in de wind. Flap voelde zich meteen thuis. Hij slenterde naar de winkel, die er van buiten vrolijk uitzag. Te vrolijk, vond Flap. “Dat is verdacht,” mompelde hij.

Binnen rook het naar snoep en hout. Overal lagen knuffels, poppen, puzzels en spelletjes. Kinderen van alle leeftijden keken rond met grote ogen. Flap deed alsof hij een gewone klant was. Hij pakte een doos met een spel van Smart Games. “Hmm,” zei hij. “Een spel waarbij je een doolhof moet oplossen. Misschien zit er een echte vloek op.”

Een meisje van ongeveer tien jaar hoorde hem praten. “Dat is gewoon een denkspel, hoor,” zei ze. “Ik heb het thuis. Het is superleuk.”

Flap knikte langzaam. “Leuk… of gevaarlijk?”

Het meisje lachte. “Jij bent raar.”

Flap liep verder en zag een rek met handpoppen van Living Puppets. Eén pop, een draak met grote ogen, leek hem te volgen. Flap draaide zich om. De pop zat stil. “Ik weet dat jij leeft,” fluisterde hij. “Ik ben Flap. Ik voel zulke dingen.”

Plotseling hoorde hij gegiechel. Twee jongens stonden bij een tafel met kralen en knutselspullen. “We maken een vampierketting,” riepen ze. “Met rode kralen als bloed!”

Flap was onder de indruk. “Jullie hebben smaak,” zei hij. “Maar pas op. Als je de verkeerde kraal gebruikt, kan er een vloek op komen.”

De jongens keken hem aan. “Echt?”

“Nee,” zei Flap. “Maar het klinkt wel spannend, toch?”

Hij liep naar de hoek waar de Maileg-muisjes stonden. Kleine poppenhuisfiguurtjes met bedjes, keukentjes en miniatuurkaas. Flap boog zich naar een muis met een roze jurkje. “Ben jij de baas hier?” vroeg hij.

De muis zei niets.

“Typisch,” mompelde Flap. “Ze praten alleen als het donker is.”

Net toen hij naar buiten wilde gaan, kwam de eigenaresse van de winkel naar hem toe. “Jij bent Flap, toch?” zei ze. “Ik heb over je gehoord. Je maakt kinderen bang, maar op een leuke manier.”

Flap knikte trots. “Dat klopt. En ik moet zeggen: jullie winkel is perfect. Alles hier prikkelt de fantasie. Zelfs ik ben een beetje onder de indruk.”

Ze glimlachte. “Wil je een snoepje?”

Flap keek naar de pot met kleurrijke zuurtjes. “Alleen als ze niet betoverd zijn.”

“Dat weet je nooit zeker,” zei ze.

Flap nam een snoepje en liep naar buiten. De mist was opgetrokken en de zon scheen op de vestingmuren. Kinderen renden lachend door de straat. Flap keek om zich heen en fluisterde tegen Boris: “Geen spoken, geen vloeken, maar wel een plek vol magie. Berg & Braam is officieel goedgekeurd door Flap.”

En zo vloog hij weg, op zoek naar het volgende mysterieuze plekje in Nederland. Maar de kinderen in Heusden zouden hem niet snel vergeten. Vooral niet die vampierketting met de rode kralen.

Personage: Flap