Het was een mistige ochtend toen Flap, de beroemde vampier met een voorliefde voor enge verhalen, zijn zwarte cape omdeed en zijn vleermuisvriendje Karel wakker maakte. “Vandaag gaan we naar een eendenkooi,” fluisterde Flap met een grijns. “Daar ligt een plek waar mensen vroeger eenden vingen met een kooi. Maar ik heb gehoord dat er ’s nachts iets anders gevangen wordt…”
Karel geeuwde. “Als het maar geen spoken zijn. Ik heb vannacht al genoeg rare dromen gehad.”
Flap lachte. “Spoken? Nee hoor. Tenminste… dat denk ik.”
Ze vlogen richting het Kooibosch, een stil stukje bos waar de bomen dicht op elkaar staan en de lucht ruikt naar natte bladeren. Flap landde bij het begin van de Kooiboschwandeling en keek om zich heen. Geen mens te zien. Alleen een bordje met informatie over de eendenkooi. “Vroeger gebruikten ze deze plek om eenden te vangen,” las Flap hardop. “Met een kooiker, een hond en een slimme constructie van vangpijpen. Maar wat als… ze iets anders vingen dan eenden?”
Karel keek hem bezorgd aan. “Wat bedoel je?”
Flap knikte geheimzinnig. “Er gaan geruchten dat er ooit een vampier werd gevangen in de kooi. Niet ik hoor, een andere. Een die niet zo vriendelijk was als ik.”
Ze begonnen aan de wandeling. Het pad kronkelde door het bos, langs oude bomen en stille waterplassen. Flap vertelde ondertussen over de mysterieuze kooiker die hier ooit woonde. “Hij had een hond die nooit blafte, en ogen die licht gaven in het donker. Sommige mensen zeggen dat hij geen mens was, maar een wezen dat eenden gebruikte om zijn geheimen te verbergen.”
Karel huiverde. “Wat voor geheimen?”
“Dat weet niemand,” zei Flap. “Maar ik heb gehoord dat kinderen die hier wandelen soms rare dingen zien. Een schaduw die niet bij iemand hoort. Een eend die ineens verdwijnt. Of een stem die je naam fluistert, terwijl je alleen bent…”
Plotseling hoorden ze geritsel in de struiken. Flap sprong achter een boom. Karel verstopte zich onder een tak. Maar het was… een groep kinderen met een juf. Ze hadden een speurtochtkaart in hun handen en riepen enthousiast: “Ik heb een eend gezien! Daar, bij het water!”
Flap kwam tevoorschijn en glimlachte. “Ah, jonge avonturiers. Weten jullie dat deze plek een geheim heeft?”
De kinderen keken hem nieuwsgierig aan. “Wat voor geheim?”
Flap boog zich naar hen toe. “Er is een oude kooiker die hier nog steeds rondwaart. Hij houdt van kinderen die goed kunnen speuren. Als je zijn favoriete eend vindt—de eend met de rode veer—dan krijg je een beloning. Maar pas op: als je te luid bent, schrikt hij en verdwijnt hij weer voor honderd jaar.”
De kinderen begonnen meteen te zoeken. Flap gaf ze een bingo-kaart met plaatjes van dieren en planten die ze konden vinden. “Wie alles afvinkt, mag een vraag stellen aan Karel. Hij weet alles over vampiers.”
Aan het einde van de wandeling hadden de kinderen hun kaart vol. Ze lachten, renden en stelden Karel de gekste vragen. “Slaap jij echt ondersteboven?” “Heb je ooit een vampier met zonnebril gezien?” “Eet Flap echt alleen tomatensoep?”
Flap knipoogde. “Soms. Maar alleen als er knoflook in zit.”
Toen de zon begon te zakken, zwaaiden de kinderen Flap en Karel uit. “Tot de volgende keer!” riepen ze.
Flap keek naar Karel. “Missie geslaagd. We hebben ze een beetje bang gemaakt, een beetje laten lachen, en heel veel laten ontdekken.”
Karel zuchtte tevreden. “En niemand is opgegeten. Dat is ook wel eens fijn.”
Flap grijnsde. “Op naar het volgende mysterieuze plekje. Ik hoorde dat er in Drenthe een hunebed is waar ’s nachts iets beweegt…”
En met een fladder van zijn cape verdween Flap in de schemering.