Flap en de Fluisterende Bubbels.

Flap en de Fluisterende Bubbels

Op een mistige ochtend in ’s-Hertogenbosch, toen de zon zich nog achter de wolken verstopte en de stad nog sliep, sloop Flap door de Visstraat. Zijn cape wapperde achter hem aan en zijn scherpe tanden glinsterden in het schemerlicht. Flap, de vampier die dol was op enge verhalen, had gehoord van een mysterieuze plek: de Stadsslijterij. Niet zomaar een winkel, maar eentje met een geheim. En Flap rook avontuur.

Hij stond stil voor het oude pand op nummer 10. De deur kraakte toen hij hem openduwde. Binnen was het warm, en overal stonden flessen met glinsterende vloeistoffen. Bubbels, mousserende drankjes, en flessen met namen die klonken als toverspreuken. Flap keek rond en fluisterde: “Hier gebeurt iets… iets wat niet helemaal normaal is.”

Achter de toonbank stond een vrouw met een kroon van kurken op haar hoofd. “Welkom,” zei ze. “Ik ben de koningin van de Bossche Bubbels.”

Flap trok zijn wenkbrauwen op. “Koningin? Van bubbels?”

Ze knikte trots. “Deze winkel is niet zomaar een slijterij. Elke fles hier heeft een verhaal. Sommige zijn vrolijk, andere zijn… een beetje griezelig.”

Flap grijnsde. “Vertel me over de griezelige.”

De koningin wees naar een fles met een zwarte kurk. “Deze komt uit de kelder van het oude klooster. Men zegt dat wie deze opent, stemmen hoort fluisteren.”

Flap pakte de fles op. “Fluisterende bubbels? Dat klinkt als muziek in mijn oren.”

Maar net toen hij de kurk wilde losmaken, hoorde hij een zachte gil. Hij draaide zich om en zag een groep kinderen in de winkel. Ze waren met hun ouders meegekomen, maar nu stonden ze met grote ogen naar Flap te kijken.

“Ben jij een vampier?” vroeg een jongen met een rode pet.

Flap knikte. “Maar geen enge hoor. Ik vertel alleen spannende verhalen. En ik drink geen bloed, ik drink… eh… bessensap.”

De kinderen lachten. De koningin glimlachte. “Misschien moet jij een kinderroute maken door de stad. Met Flap als gids. Langs mysterieuze plekken, met raadsels en snoepjes.”

Flap dacht even na. “En we eindigen hier, bij de Stadsslijterij. Dan krijgen de kinderen een flesje kinderchampagne met glitter. En ik vertel het verhaal van de fluisterende bubbels.”

De kinderen juichten. “Ja! Doe dat!”

En zo gebeurde het. Elke zaterdag leidde Flap een groep kinderen door de stad. Ze bezochten het Noordbrabants Museum, speelden een speurtocht door de steegjes, en eindigden bij de Stadsslijterij. Daar kregen ze een flesje bubbels, een griezelverhaal, en een knipoog van Flap.

Op een dag vroeg een meisje: “Flap, zijn jouw verhalen echt?”

Flap lachte. “Sommige wel. Sommige niet. Maar ze zijn altijd spannend.”

En terwijl de kinderen hun bubbels dronken en lachten, verdween Flap in de mist. Op zoek naar de volgende mysterieuze plek. Misschien wel een bakkerij met sprekende Bossche Bollen. Maar dat… is een verhaal voor een andere keer.

Personage: Flap