Op een mistige woensdagavond, net toen de maan achter de wolken kroop, kreeg Flap een tip van een oude heks uit Drunen. Ze fluisterde dat er iets vreemds gaande was in Nieuwkuijk, een klein dorpje vlak bij de Efteling. “Ga naar D’n Berepot,” siste ze. “Daar gebeuren dingen die zelfs ik niet snap.”
Flap, zoals jullie weten, is geen gewone vampier. Hij drinkt geen bloed, maar verhalen. En als er ergens iets mysterieus gebeurt, dan is hij er als de kippen bij. Dus pakte hij zijn zwarte cape, zette zijn zonnebril op (want ja, vampiers en zonlicht gaan niet zo goed samen), en sprong op zijn oude bromfiets richting Nieuwkuijk.
Toen hij aankwam bij Pannenkoekenhuis D’n Berepot, viel hem meteen iets op. Overal waren beren. Grote beren, kleine beren, hangende beren, zittende beren. Er zaten er zelfs een paar op het dak. “Hmm,” mompelde Flap. “Of dit is een berenfeest, of iemand probeert iets te verbergen.”
Binnen rook het heerlijk naar pannenkoeken. Maar Flap kwam niet om te eten. Hij kwam om te ontdekken. Hij keek rond en zag kinderen lachen, spelen en smullen van pannenkoeken met snoepjes, fruit en zelfs knuffels erop. “Knuffelpannenkoeken?” fluisterde hij. “Dat klinkt verdacht.”
Flap besloot te doen alsof hij een gewone gast was. Hij bestelde een “Griezelpannenkoek” met spinnen van drop en bloedrode aardbeienjam. Terwijl hij at, hoorde hij een meisje aan de tafel naast hem fluisteren: “Als je goed kijkt, bewegen sommige beren.” Haar broer knikte. “En ’s avonds hoor je ze praten.”
Dat was genoeg voor Flap. Hij wachtte tot het restaurant sloot, verstopte zich achter een grote plant en bleef stil zitten. Rond middernacht begon het. Eén voor één begonnen de beren te bewegen. Ze sprongen van hun stoelen, klommen op tafels en begonnen te fluisteren. Flap spitste zijn oren.
“De kinderen zijn blij,” zei een beer met een strik. “Maar we moeten het geheim bewaren.”
“Wat voor geheim?” fluisterde Flap terug, iets te hard.
Alle beren draaiden zich om. “Wie ben jij?” vroeg een beer met een zonnebril.
“Ik ben Flap,” zei Flap trots. “Verteller van enge verhalen. En ik wil weten wat hier aan de hand is.”
De beren keken elkaar aan. Toen stapte de oudste beer naar voren. “Luister goed, Flap. Wij zijn magische beren. We zorgen ervoor dat kinderen hier lachen, spelen en zich veilig voelen. Maar we mogen niet ontdekt worden. Als mensen weten dat we echt zijn, verliezen we onze kracht.”
Flap dacht na. Hij vond het een prachtig verhaal. Niet eng, maar wel bijzonder. “Mag ik jullie verhaal vertellen?” vroeg hij.
De beren knikten. “Maar maak het een beetje spannend. En zeg niet dat we echt zijn. Zeg dat het misschien waar is.”
Flap grijnsde. “Dat is precies mijn stijl.”
De volgende dag schreef Flap zijn verhaal op. Over het mysterieuze pannenkoekenhuis met beren die misschien leven. Over knuffelpannenkoeken die misschien betoverd zijn. En over een plek waar kinderen van rond de tien zich kunnen onderdompelen in een wereld vol fantasie, avontuur en een beetje mysterie.
En zo werd D’n Berepot niet alleen een plek om pannenkoeken te eten, maar ook een plek waar je nooit weet wat er echt gebeurt als het donker wordt. Flap komt er nog vaak. Niet om te griezelen, maar om te glimlachen. Want zelfs vampiers houden van knuffelberen.