Flap en de Nacht van de Draaiende Wieken

Attractie: Emmamolen & Bakhuys Emma
Locatie(s):

Het is volle maan boven Nieuwkuijk. De lucht is helder, maar de wind is stil. Toch beginnen de wieken van de Emma molen te draaien, langzaam en krakend. Flap, de jonge vampier met zijn zwarte cape en rode strik, voelt dat er iets niet klopt.

Hij sluipt naar de molen, zijn ogen glinsteren in het maanlicht. Binnen is het stil, maar in de kelder hoort hij een vreemd geluid—een soort gefluister, alsof de stenen praten in een taal die niemand meer kent.

Flap ontdekt een geheime kamer achter een stapel zakken graan. Daar liggen oude molenstenen, elk met een inscriptie in een vergeten vampiertaal. Hij leest ze hardop: het zijn spreuken van Adrianus Rombouts, de eerste molenaar, die de molen beschermde tegen duistere krachten.

Maar één spreuk is incompleet. Flap weet dat als hij die niet afmaakt, de molen kwetsbaar is voor schaduwwezens die tijdens volle maan op zoek gaan naar plekken van kracht.

Met zijn kennis van oude magie vult hij de spreuk aan. Net op tijd, want een schaduwwezen verschijnt, gevormd uit mist en angst. Flap roept de wind op, laat de wieken razen, en verjaagt het wezen met een flits van licht uit zijn amulet.

Sindsdien noemen de dorpsbewoners hem stiekem De Nachtwachter van de Emma molen. En als de wieken draaien zonder wind, fluisteren ze: “Flap is weer op wacht.”

 

Personage: Spot